Midzomeravond excursie in het Armenland Ruwiel

Tekst Theo van Schie

Zaterdagavond 18 juni organiseerde de Natuurgroep Kockengen haar traditionele midzomeravond excursie, dit maal naar het Armenland Ruwiel in het noorden van Portengen.

Een groep van 12 belangstellende kreeg van boswachter Bert van Dijk van Staatsbosbeheer een rondleiding door dit eeuwenoude hooiland in het noorden van Portengen en de omliggende natuurontwikkelingsgebieden.

Het natuurgebied ontleend naar bijzondere naam aan het armenfonds dat door een van de leenheren van het kasteel van Ruwiel werd ingesteld in de Middeleeuwen. Het gras van het hooiland werd in het voorjaar geveild en in augustus geoogst. De opbrengst van deze veiling was bestemd voor “de armen van buiten Ruwiel“, dit waren de boerendaggelders (boerenknechten) die in de buurtschappen woonden. In de periode tussen Kerst en Pasen (dan er was weinig werk) konden ze een beroep doen op het armenfonds en kon men gratis brood krijgen. Het hooiland mocht niet bemest worden om te voorkomen dat de boeren aansprak konden maken op het land.

Het Armenland Ruwiel is door het eeuwenlang hooien en niet bemesten tot een uniek stukje blauwgrasland ontwikkeld. Honderd jaar geleden waren dit soort natte schraalgraslanden nog zeer algemeen in Nederland. Maar na de komst van kunstmest is het vrijwel geheel uit het landschap verdwenen en alleen nog in enkele natuurgebieden te vinden. De naam blauwgrasland komt doordat in de zomer deze hooilanden een blauwgroene kleur krijgen van de Blauwe zegge, maar ook door de blauwe bloemen van de Klokjesgentiaan en de Blauwe knoop.

Voordat de groep het Armenland Ruwiel bezocht werden de nieuwe natuurontwikkelingsgebieden rondom het Armenland bekeken. Deze graslandpercelen zijn voor een deel afgeplagd waardoor een overgang is ontstaan van vochtig grasland naar plas dras. Het waterpeil wordt in deze zone rond het Armenland hoog gehouden om te voorkomen dat het Armenland verdroogd. Deze nieuwe natuurgebieden vormen zo een buffer tussen het Armenland en het intensief gebruikte agrarische land. En door het juiste maai beheer toe te passen krijgen allerlei planten, vogels en ook vlinders kans om zich hier te vestigen.

Boswachter Bert van Dijk maakte aan de hand van de Argusvlinder duidelijk dat dit beheer soms om een zeer nauwkeurige aanpak vraagt om precies het juiste microklimaat te verkrijgen wat deze vlinder nodig heeft. In het nieuwe gebied ontdekte de groep tijdens de excursie een Kleine Plevier, een vogel die graag in open vegetaties broedt.

Direct naar de aanleg, vorig jaar zomer, is hooi uit het Armenland uitgestrooid over de afgeplagde stukken land. Met dit hooi zijn de zaden van planten die in het Armenland voorkomen uitgestrooid. Tijdens de excursie kon de groep de eerste resultaten van deze maatregel al zien. In het nieuwe natuurgebied stonden al veel Egelboterbloemen te bloeien en de eerste Grote ratelaars. Bert van Dijk leiden de groep behoedzaam door de vegetatie naar de eerste kiemplanten van het zeldzame Moerasviooltje. Maar eenmaal ter plekke werden er door de groep nog veel meer ontdekt. Een mooi succes zo snel naar de inrichting van dit gebied!

Vanuit de buffer zone ging de groep naar het Armenland, het eeuwenoude hooiland met zijn bijzondere soorten. Zo werden de Spaanse ruiter, Knoopkruid, Grote ratelaar, Veenpluis en de Klokjesgentiaan gezien. Door verzuring van het gebied tegen te gaan is men sinds een aantal jaren geleden begonnen met winter inundatie van het Armenland. In de winterperiode wordt het land dan een periode onder water gezet met schoon, kalkrijk oppervlakte water. Als de bodem verzadigd is met dit water laat men het weer weg lopen. Zo wordt voorkomen dat het gebied in de winter helemaal verzadigd wordt met zuur regenwater. De eerste positieve ontwikkelingen van deze maatregel tekenen zich al af volgens boswachter van Dijk, de Klokjesgentianen nemen weer in aantal toe.

De groep kon ook ervaren dat ze door een nat schraalgrasland liepen. Het terrein is zeer drassig, plaatselijk zak je zo weg in 10 - 15 cm water. Niet iedereen hield zijn sokken droog. Maar de prachtige vegetatie met Blauwe zegge, Veenpluis en Klokjesgentianen maken dit wel waard.

Het was een boeiende midzomeravond excursie waar bij de plaatselijke historie aan bod kwam, nieuwe natuurontwikkeling, bijzondere planten en we veel te weten zijn gekomen over het beheer van dit gebied. En dat natuur beheren vaak grote hoeveelheden werk verzetten is, maar wel met de juiste kennis en oog voor kleine details. Met dank aan boswachter Bert van Dijk van Staatsbosbeheer.

Foto-s Theo van Schie