Schildpadden in de val

Actie gelukt! Vanmorgen hebben Gerard, Paul en Bram 2 Roodwangschildpadden uit de val in het Polderreservaat gehaald en zijn inmiddels afgeleverd in een opvang voor deze dieren. De grootste is 30 cm en de ander 25 cm groot.

Beide schildpadden zaten in het midden van de val en daarmee konden zij niet meer ontvluchten. Zaterdag heeft Paul al een schildpad op de val gezien, maar was niet duidelijk dat hij/zij al in het middenstuk zat. Zondag werd duidelijk dat ze beide op het middenstuk zaten. Hulde voor Jan de Lange die de val gemaakt heeft, het heeft gewerkt.

Het vangen uit de val met een net was snel gepiept. We hebben gebruik gemaakt van onze boot en hebben omgevaren om de broedende zwarte sterns niet te verstoren.
Uiteindelijk zijn ze niet eens opgevlogen, terwijl ze slechts 1 sloot verder broeden dan waar de val ligt.

De schildpadden zijn overgebracht naar de schildpaddenopvang.

Algemene informatie

Roodwang-, geelwang- en geelbuikschildpad Trachemys scripta

Roodwang-, geelwang en geelbuikschildpadden zijn populair als huisdier. Jonge schildpadjes zijn dan ook aantrekkelijk vanwege hun beweeglijkheid en mooie tekening. Realiseert u zich echter wel dat kleine schildpadjes groot (en oud!) worden. Voor wie bewust kiest voor een moerasschildpad kunnen deze schildpadden een goede keuze zijn waar men lange tijd plezier van kan hebben. Het zijn relatief sterke dieren die niet moeilijk te verzorgen zijn.

Algemeen
Roodwang-, geelwang- en geelbuikschildpadden zijn veel gehouden schildpadden. Ze behoren tot de water- of moerasschildpadden (familie Emididae). Dit zijn schildpadden die zowel in het water als op het land leven. Ze worden vaak gekocht wanneer ze nog klein zijn, vaak pas twee tot vier centimeter. Ze kunnen echter 30 tot 35 cm groot worden en dit stelt eisen aan de huisvesting.

De mannetjes zijn op volwassen leeftijd doorgaans kleiner dan de vrouwtjes, met langere nagels en een langere staart. Het rugschild is bruin van kleur. Jongere dieren hebben een groen tot geelgroen rugschild met een opvallende aftekening, die vervaagt als ze ouder worden. De kleur van het schild verandert dan naar bruin en wordt uiteindelijk bijna zwart.

Roodwang-, geelwang- en geelbuikschildpadden kunnen bij een goede verzorging een leeftijd van 30 tot 40 jaar bereiken. Vaak halen ze dit echter niet, bijvoorbeeld vanwege verkeerde huisvesting of voeding. Verschillende varianten De roodwang-, geelwang- en geelbuikschildpad zijn ondersoorten die behoren de soort Trachemys scripta.

Een geelbuikschildpad, Trachemys scripta scripta, dankt zijn naam aan zijn gele buik waar meestal enkele ronde, bruine vlekken op zitten (maximaal vier). De geelbuikschildpad heeft een S-vormige gele streep op de zijkant van de kop.

Een geelwangschildpad, Trachemys scripta troostii, heeft twee gele strepen op de wangen. De buik heeft altijd ronde, bruine vlekken.
De roodwangschildpad, Trachemys scripta elegans, dankt zijn naam aan de langwerpige rode vlek aan weerszijde van de kop. Deze verdwijnt naarmate de schildpad ouder wordt. Op het buikschild zijn verschillende zwarte vlekken te zien. Van de roodwangschildpad bestaan kweekvormen waaronder albino- en pastelvormen.

Roodwang-, geelwang- en geelbuikschildpadden worden regelmatig onderling gekruist, wat uiteraard niet de bedoeling is voor het behoud van de ondersoorten. Kruisingen hebben vaak kenmerken van beide ondersoorten. Sinds 1997 mag de roodwangschildpad niet meer geïmporteerd worden in de EU. Deze maatregel is genomen omdat veel roodwangschildpadden hier in de natuur gedumpt werden doordat ze veel groter en veel ouder werden dan men bij aankoop had voorzien. Dit leidde tot faunavervalsing. Voor het polderreservaat in het bijzonder zijn ze ongewenst omdat ze op de broedvlotjes van de zwarte sterns kropen en deze lieten kieperen met nadelig gevolg voor het legsel of de jongen van de zwarte sterns.

Van nature Moerasschildpadden zijn koudbloedige dieren. Deze reptielen komen voornamelijk voor in de centrale en zuidelijke staten van de Verenigde Staten van Amerika, waar een gematigd tot subtropisch klimaat heerst. Ze leven in moerassige gebieden, meren en beken met stromend water. Moerasschildpadden kunnen zich zowel op het land als in het water voortbewegen. Ze communiceren tijdens maar ook buiten de balts door aanrakingen en trillingen, en kunnen goed zien en ruiken.

Als de temperatuur onder 10 graden komt, houden de dieren een winterslaap. Het kan echter gebeuren dat de temperaturen hoger blijven en de dieren gaan dan niet in een diepe slaap, maar houden een rustperiode. Daarbij zijn ze nog wel wat actief, maar de voedselopname is beperkt in deze periode en de stofwisseling vertraagt. In de natuurlijke omgeving duurt de rust niet veel langer dan drie maanden.