Mooie natuurkunstwerkjes.

Het fenomeen ontstaat bij bewegend water in combinatie met (beginnende) vorst.

Foto's Anita Zuidgeest, tekst Theo van Schie.

Door de wind ontstaat beweging in het water waardoor dit (nog) niet bevriest. Op grotere wateroppervlaktes, meren, plassen, brede sloten ontstaat deining in het water, golfjes of grotere golven. Langs de waterkant zorgt de beweging van het water er voor dat steeds hetzelfde deel van de oever, rietstengels of takken even wordt bestreken met water. Een dun laagje water blijft achter en bevriest, de luchttemperatuur is onder nul. Bij het volgende golfje komt er weer een laagje, etc. en zo groeit het ijs aan. Als er eenmaal wat ijs is gevormd groeit de vorm rond de kern van het gevormde ijs iets sneller aan omdat deze net iets kouder is dan de omgeving, zo ontstaat de ronde vorm. Afhankelijk van het bewegingspatroon, zeg maar de hoogte van de golfjes, groeit het ijsklompje uit tot een bepaalde vorm. Bij kleine regelmatige golfjes ontstaat een schoteltje, er wordt steeds maar een klein stukje van de rietstengels even nat, het schoteltje groeit alleen aan zij en onderkant. Bij meer grotere of onregelmatige golfslag wordt een groter deel van de stengel en ijsklompje nat en ontstaat er meer een bal- of peervorm van ijs. Afname van de wind kan dus ook de vorm beïnvloeden, maar wordt het helemaal windstil dan bevriest al het water en stopt dit proces.

Op de foto's gemaakt door Anita zie je dit verschil ook, de foto van de peervormige ijsklont is gemaakt bij de vijver langs de Dreef; grotere en meer onregelmatige golfslag. De foto met de schoteltjes rond het riet zijn meer op een luwe plek gemaakt bij het riet, ik denk in het ondiepe slootje langs het hoofdpad.